Pas als een object er bijna niet meer is wekt het mijn interesse op. Verouderde en verweerde materialen dagen mij uit. Een verroest stuk ijzer steekt uit een oude plank en dwingt daarmee het toeval af binnen het werk. Het aangetaste, bijna vergaande hout ontkent zijn eigen bestaan, maar lokt door prominente plaatsing binnen de kaders van het werk bijna een fysieke reactie uit. Is het sculptuur of kijken we naar een tekening?

Met bedorven materialen teken ik ruimtes op het platte vlak. Ik verwerkt deze op het vergeelde papier en het bemeste canvas. Houtskool laat een spel van lijnen achter.
Maar eigenlijk zijn het geen ruimtes. Ieder werk is een karakter, een geest, misschien wel een portret. Een verstilde ruimte, een kier in de vloer, een herhaling op de wand, het gaat hier over menselijk gedrag.

Doorleefde ruimtes zijn langdurig aangetast door menselijke aanwezigheid. Op zoek naar betekenis binnen deze plekken ontdekken we akelige vastgeroeste handelingen, ingesleten gedragspatronen, vergroeide gedragingen en pijnlijke lijven.